Het verhaal van Zuster Wil over It Aude Kolonyhús

Rust, reinheid en regelmaat, wie kent de ‘3-ren’ niet? Een gezegde dat zeker van toepassing was bij het voormalig kinderkoloniehuis St. Egbert op Schiermonnikoog. Als 18 jarige stagiaire kwam ze in 1960 naar Schiermonnikoog, Zuster Wil. Nog niet eerder was ze op de eilanden geweest, maar de stageplekken op de eilanden waren voor de zusteropleiding gewild en een goede plek om ervaring op te doen. Ze besloot Schiermonnikoog een kans te geven en werd aangenomen als zuster bij “Kinderkoloniehuis St. Egbert “- nu It Aude Kolonyhús. ⁠  ⁠

Kinderkoloniehuis voor bleekneusjes

St. Egbert was in deze jaren een kinderkoloniehuis. De plek waar bleekneusjes naar toe gingen. Hoewel meestal gezegd wordt dat ze uit de randstad kwamen, kwamen de kinderen van St. Egbert meestal uit het zuiden van Nederland. Ook de term bleekneusjes gold niet altijd, soms was het voor de ouders even te veel en daarom werden kinderen uit een gezin naar een kinderkoloniehuis gestuurd. 

Historie van It Aude Kolonyhûs op Schiermonnikoog

Zes weken lang bleven de kinderen op het eiland. De reis ernaar toe voelde als een reis naar de andere kant van de wereld, voor het eerst met de trein en de boot. En helaas werden kinderen soms zonder uitleg meegegeven, omdat de ouders het niet goed konden uitleggen, of het ook moeilijk vonden dat hun kind weken weg zou zijn. Contact met het thuisfront was er wel, er werden elke week brieven geschreven, maar dat begrepen veel kinderen niet, telefoons waren er amper op het eiland, telefoonverkeer was er nauwelijks. Toch zijn de zes weken enorm goed geweest voor de meeste kinderen, ze kregen de liefde en aandacht van de zusters en de omgeving, het eiland was prachtig. 

Zuster Wil

Zuster Wil

Zuster Will kreeg samen met een medezuster de leiding over een groep van 20 kinderen, hun kinderen voor deze zes weken.

Het contact was daardoor intensief. Een strak regime iedere dag weer. Om 6 uur beginnen, wassen, aankleden, naar de eetzaal, om 9 uur naar buiten, wat voor weer het ook was en dat iedere dag weer. Vrije tijd was er eigenlijk nooit. Haar scriptie schreef ze tussen de werkzaamheden door. Ook was er geen tijd voor romantiek, dat ontstond pas na haar periode in It Aude Kolonyhús. Via zijn moeder kwam ze uiteindelijk in contact met Koos, geen onbekende, want hij deed het onderhoud van de machines in It Aude Kolonyhús. Soms bestonden de groepen uit jongens van 15 jaar, slechts een aantal jaren verschil met de 18 jarige Will. Ze deed zich ouder voor om gezag te houden tegenover deze jongens. 

Na haar stage blijft Zuster Will op het eiland bij het kinderkoloniehuis. Uiteindelijk is er een tekort bij de leiding, waardoor ze tot het sluiten van St. Egbert in 1964, er blijft werken. Meer dan 300 kinderen ziet ze in die jaren, voor sommigen is ze nog steeds Zuster Wil blijkt op een reünie: “Jij was mijn zuster” klinkt het vaak.

Winter van ’63 op Schiermonnikoog

De gebeurtenis die haar in al die jaren het meest is bijgebleven, is de winter van ‘63. De barre en ijzige winter in Nederland. Schiermonnikoog was niet toegankelijk per boot voor een bepaalde tijd, voorraden kwamen per helikopter naar het eiland. En precies in deze periode zat er een wisseling tussen groepen aan te komen. Hoewel 6 weken de periode was voor een verblijf, bleven sommigen nog eens 6 weken – het maximale aantal weken. In principe was er dus niets aan de hand, totdat de KRO er lucht van kreeg dat er een groep kinderen ‘vast zat’ op het eiland. Er kwamen elke dag vliegtuigen om de ‘gestrande’ kinderen naar de vaste wal te brengen.

Sluiting St. Egbert

St. Egbert werd in 1964 gesloten, waardoor Zuster Wil slechts 4 jaar heeft mogen werken in het kinderkoloniehuis. Ze kijkt met warme gevoelens terug op deze periode. De sfeer onderling met andere zuster en collega’s was goed, maar vooral de band met de kinderen vond ze fantastisch. Iedereen hielp elkaar en hoewel het een relatief grote verantwoordelijkheid was voor iemand van 18, heeft ze een enorm fijne tijd gehad in het St. Egbert. 

En Schiermonnikoog? Voor altijd in haar hart, want na al die jaren woont ze nog steeds op het eiland, samen met haar man Koos.